Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 september 2007
Alinea 84 Parket bij de Hoge Raad 25 september 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 september 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA2279.
7 Vgl. HR 23 september 1998, 33.440, JOW 1999, 36 (derde kamer) waarin werd geoordeeld dat de verhoging zijn grond vond in het opzettelijk niet aangeven van inkomsten uit wisselactiviteiten, de strafrechtelijke veroordeling opzetheling betrof, dat de feiten waarop die veroordeling betrekking had, niet onder - toen - art. 68 AWR zouden kunnen worden gebracht en het ene delict niet lag besloten in het andere. Zie ook HR 12 april 1995, 29.961, LJN AA1549 (derde kamer), waarin werd geoordeeld dat geen sprake was van cumulatie van fiscale boete en strafrechtelijke vervolging nu de fiscale boete betrekking had op een verhoging van 100 procent van de nagevorderde belasting ter zake van niet-opgegeven inkomsten uit aangenomen steekpenningen terwijl de strafvervolging betrekking had op art. 328ter Sr, en het niet zo is dat eerstbedoeld delict in laatstbedoeld delict besloten ligt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/42e708b28c1075e40b1f0cfd4cac72da0f2d00e78ba621d85af89e9da14ae592. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 42e708b28c1075e40b1f0cfd4cac72da0f2d00e78ba621d85af89e9da14ae592, en de alinea staat in dat document op bytes 26619 tot 27516.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/42e708b28c1075e40b1f0cfd4cac72da0f2d00e78ba621d85af89e9da14ae592 | shasum -a 256