Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 mei 2007

Alinea 38 Parket bij de Hoge Raad 25 mei 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 mei 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA2495.

Hoewel de Hoge Raad herhaaldelijk tot uitdrukking heeft gebracht dat de burgerlijke rechter een beroep op de vernietigingsgronden van art. 1065 lid 1 Rv. niet al te snel zal mogen honoreren en zich dienaangaande terughoudend zal moeten opstellen(7) en de overheidsrechter een arbitraal vonnis bovendien niet inhoudelijk mag toetsen(8), zal bij schending van het fundamentele beginsel van hoor en wederhoor m.i. in bijna alle gevallen vernietiging van het arbitrale vonnis dienen te volgen(9). Vernietiging zal slechts dan niet behoeven te worden toegepast indien een partij afstand heeft gedaan van de in het beginsel besloten liggende bescherming(10) dan wel indien de partij daarbij geen belang heeft omdat zij bijvoorbeeld door de schending geen nadeel heeft ondervonden(11) of boven ieder twijfel verheven is dat de arbiters niet tot een (wezenlijk) andere uitspraak zouden zijn gekomen(12).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/58dc075aa056887d2ee23a896af6e1c96b59728683101102ec41fcb44c37df63. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 58dc075aa056887d2ee23a896af6e1c96b59728683101102ec41fcb44c37df63, en de alinea staat in dat document op bytes 13191 tot 14099.