Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 mei 2007
Alinea 58 Parket bij de Hoge Raad 25 mei 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 mei 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA2495.
In zijn beschikking van 6 maart 1992, NJ 1993, 79 m. nt. HJS heeft de Hoge Raad de rechter verplicht een partij daartoe de gelegenheid te verschaffen. Weliswaar had deze zaak betrekking op een nadere mondelinge behandeling met betrekking tot een nog onvoldoende toegelicht onderdeel van de stellingen (dat de betreffende partij redelijkerwijs verwachtte nog nader te kunnen uitdiepen), maar deze lijn kan m.i. worden doorgetrokken in het geval van getuigenverhoor. Het verdedigingsbeginsel brengt dan mee dat in geval een partij er redelijkerwijs van uit mag gaan dat hij nog in de gelegenheid zal worden gesteld om zich uit te laten over de verklaring van een door de wederpartij meegebrachte getuige, de rechter die partij alvorens eindvonnis te wijzen daadwerkelijk in de gelegenheid moet stellen om haar zienswijze naar voren te brengen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/58dc075aa056887d2ee23a896af6e1c96b59728683101102ec41fcb44c37df63. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 58dc075aa056887d2ee23a896af6e1c96b59728683101102ec41fcb44c37df63, en de alinea staat in dat document op bytes 20857 tot 21712.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/58dc075aa056887d2ee23a896af6e1c96b59728683101102ec41fcb44c37df63 | shasum -a 256