Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007

Alinea 12 Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA2498.

Het gaat in deze zaak om het verzet tegen een tweetal dwangbevelen waarbij een door [eiser] verbeurde bestuurlijke dwangsom wordt ingevorderd. De dwangsom was vastgesteld op een bedrag per tijdseenheid waarin de betrokken last niet zou zijn uitgevoerd; voorts was aan de dwangsom een maximum verbonden. Partijen hebben in de feitelijke instanties gedebatteerd over de tijdstippen waarop [eiser] de dwangsombedragen heeft verbeurd. Uiteindelijk is het hof uitgegaan van verbeurte van de dwangsombedragen op andere tijdstippen dan de Gemeente (primair) had verdedigd. In verband daarmee is in cassatie allereerst aan de orde of de beide dwangbevelen wel betrekking hebben op de bedragen zoals die volgens het hof zijn verbeurd. In de tweede plaats is aan de orde of het hof [eiser] niet ontoelaatbaar heeft verrast met zijn oordeel dat de verjaring van de bevoegdheid van de Gemeente tot invordering tijdig is gestuit.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/befd75aca2197b372d90b951a4b4d543dbcd5aff3840f12fc64d54d1a415b2ed. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt befd75aca2197b372d90b951a4b4d543dbcd5aff3840f12fc64d54d1a415b2ed, en de alinea staat in dat document op bytes 4677 tot 5606.