Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007

Alinea 38 Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA2498.

2.4 Ik meen dat het subonderdeel terecht ervan uitgaat dat de door het hof gevolgde gedachtegang dwingt tot de gevolgtrekking dat het maximaal te verbeuren bedrag reeds op 2 september 2002 was bereikt. Dit volgt uit de in cassatie niet bestreden feiten dat de dwangsom met ingang van 2 april 2002 van rechtswege werd verbeurd en dat [eiser] tot en met 16 januari 2003 niet aan de last heeft voldaan(10), en uit de door het hof aan de brief van 3 juni 2002 toegekende en in cassatie niet bestreden betekenis volgens welke die brief niet afdeed aan de daarvóór reeds verbeurde dwangsommen en óók het verbeuren van dwangsommen gedurende het daarin genoemde tijdvak (tot zes weken na de dag van verzending van de beslissing op bezwaar) niet heeft kunnen verhinderen(11). Aan het voorgaande verbindt het (sub)onderdeel mijns inziens terecht de conclusie dat geen dwangsom meer kon worden verbeurd, nadat het maximumbedrag op 2 september 2002 was bereikt(12).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/befd75aca2197b372d90b951a4b4d543dbcd5aff3840f12fc64d54d1a415b2ed. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt befd75aca2197b372d90b951a4b4d543dbcd5aff3840f12fc64d54d1a415b2ed, en de alinea staat in dat document op bytes 22508 tot 23479.