Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007

Alinea 43 Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA2498.

Anders dan [eiser] lijkt te veronderstellen, heeft het hof de beide dwangbevelen kennelijk (en in lijn met het voorgaande) niet anders opgevat dan dat zij op de door [eiser] relevant geachte periode waarin de dwangsom kon worden verbeurd, betrekking hebben. Die opvatting is niet onbegrijpelijk, nu de tekst van de dwangbevelen niet tot een andere opvatting dwingt. Het dwangbevel van 11 december 2002 vermeldt (in de considerans achter het zesde gedachtestreepje) slechts dat "op 9 september 2002 een proces-verbaal is opgemaakt, verzonden 17 september 2002, omdat niet of niet geheel is voldaan aan de lastgeving verwoord in de dwangsombeschikking van 30 januari 2002". Vervolgens spreekt het dwangbevel weliswaar van een op 10 oktober 2002 gefactureerd bedrag van € 4.500,-, maar laat het in het midden in welk tijdvak [eiser] dat bedrag zou hebben verbeurd. Een bepaald tijdvak wordt evenmin genoemd in de brief van 10 september 2002 waarbij het proces-verbaal aan [eiser] is gezonden, in de genoemde factuur van 10 oktober 2002 en in de aanmaning van 16 november 2002. Ook het dwangbevel van 26 mei 2003 bevat geen uitdrukkelijke verwijzing naar de tijdvakken waarin de ingevorderde bedragen zijn verbeurd; de Gemeente heeft (in de considerans achter het achtste gedachtestreepje) slechts verwezen naar de processen-verbaal die zijn opgemaakt in de maanden oktober, november en december 2002 en januari 2003 "wegens het niet, niet tijdig of niet geheel voldoen aan de lastgeving verwoord in de beschikking d.d. 30 januari 2002" en (in de considerans achter het negende gedachtestreepje) overwogen dat "voor het invorderen van de daarbij verbeurde dwangsommen volgens onderstaand overzicht facturen en aanmaningen zijn verzonden, welke niet zijn voldaan". In de laatst geciteerde passage verwijst het woord "daarbij" mijns inziens naar het zinsdeel "wegens het niet, niet tijdig of niet geheel voldoen aan de lastgeving verwoord in de beschikking d.d. 30 januari 2002", waaruit geen nadere aanduiding van de tijdvakken waarin de genoemde bedragen zijn verbeurd, kan worden afgeleid. Een nadere aanduiding van die tijdvakken blijkt evenmin uit de brieven waarmee de in het dwangbevel genoemde processen-verbaal aan [eiser] zijn gezonden, uit de daarin aangekondigde facturen en uit de op die facturen betrekking hebbende aanmaningen. Bij dit alles verdient nog aantekening dat het (in cassatie onbestreden) oordeel in rov. 4.1 impliceert dat elk van de opvolgende constateringen die in de periode van september 2002 tot en met januari 2003 zijn gedaan, niet slechts conclusies toelaat over de aanwezigheid van het door [eiser] te verwijderen toegangspad (en daarmee over het niet voldoen aan de last) gedurende het onmiddellijk daaraan voorafgaande tijdvak van (bijvoorbeeld) één maand, maar over die aanwezigheid gedurende de gehele periode sedert het uitvaardigen van de last (op 30 januari 2002) tot en met de dag van de betrokken constatering (zie rov. 4.1 slot: "het door [eiser] vóór 30 januari 2002 aangelegde toegangspad, waarvan de aanwezigheid op 9 september 2002, 10 oktober 2002, 20 november 2002, 18 december 2002 en 16 januari 2003 onweersproken is geconstateerd en waarvan - nu niet anders is gesteld of gebleken - aangenomen moet worden dat het zich daar van 30 januari 2002 tot en met 16 januari 2003 (de dag van de laatste constatering; LK) zonder onderbreking heeft bevonden"). De in de dwangbevelen opgenomen verwijzing naar de constateringen die in de periode van september 2002 tot en met januari 2003 zijn gedaan, kan dan ook mede ter adstructie van de (in strijd met de last) voortdurende aanwezigheid van het toegangspad over de relevante periode van 2 april 2002 tot 2 september 2002 dienen en dwingt niet tot de conclusie dat de beide dwangbevelen op ná 2 september gelegen tijdvakken betrekking hebben(13).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/befd75aca2197b372d90b951a4b4d543dbcd5aff3840f12fc64d54d1a415b2ed. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt befd75aca2197b372d90b951a4b4d543dbcd5aff3840f12fc64d54d1a415b2ed, en de alinea staat in dat document op bytes 27883 tot 31741.