Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007
Alinea 76 Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA2498.
20 Vgl. AbRvS 12 maart 2003 (LJN: AF5590), JB 2003, 126, waarin is beslist dat stuiting van de in art. 5:35 Awb bedoelde verjaring plaatsvindt door iedere handeling waarbij aanspraak wordt gemaakt op betaling van het verbeurde bedrag, zoals een nota of een aanmaning, waarna de termijn van zes maanden opnieuw gaat lopen. Vgl. voorts HR 28 juni 2002, AB 2003, 102, m.nt. FvO, waarin de Hoge Raad heeft geoordeeld dat de aard van de rechtsverhouding tussen het bestuursorgaan en degene die een bestuurlijke dwangsom heeft verbeurd, zich niet tegen overeenkomstige toepassing van de in Boek 3 titel 11 BW opgenomen bepalingen inzake de stuiting van bevrijdende verjaring verzet.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/befd75aca2197b372d90b951a4b4d543dbcd5aff3840f12fc64d54d1a415b2ed. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt befd75aca2197b372d90b951a4b4d543dbcd5aff3840f12fc64d54d1a415b2ed, en de alinea staat in dat document op bytes 52860 tot 53549.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/befd75aca2197b372d90b951a4b4d543dbcd5aff3840f12fc64d54d1a415b2ed | shasum -a 256