Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 oktober 2007
Alinea 93 Parket bij de Hoge Raad 12 oktober 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 oktober 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA2622.
Net als zijn voorganger staat ook de 30%-bewijsregel alleen open voor bepaalde werknemers met een "echte" dienstbetrekking (art. 8, tweede lid, onderdeel b, Uitv.besluit LB 1965). Het is echter de vraag of de uitsluiting van werknemers met een fictieve dienstbetrekking, zoals commissarissen, wel kan worden gerechtvaardigd op basis van de tekst van de wet, thans art. 15a, eerste lid, onderdeel j, Wet LB 1964. Binnen de Wet LB 1964 wordt onder het begrip "dienstbetrekking" immers nadrukkelijk - zie art. 3, eerste lid, Wet LB 1964 - mede begrepen de fictieve dienstbetrekking. Door de hele wet heen wordt consistent deze ruime uitleg gevolgd, onder meer op diverse andere plaatsen in art. 15a, eerste lid, Wet LB 1964. Sterker nog, het staat naar onze mening buiten discussie dat de vrije vergoeding ter zake van daadwerkelijk gemaakte extraterritoriale kosten in beginsel voor alle werknemers in de zin van de Wet LB 1964 openstaat. In dit licht bezien, vinden we het niet direct voor de hand liggend dat ten behoeve van de afbakening van de doelgroep voor de bewijsregel het begrip "dienstbetrekking" in zijn enge civielrechtelijke betekenis moet worden opgevat. De louter taalkundige uitleg waarop het hof zich in r.o. 4.1.1 lijkt te baseren, vermag ons niet echt te overtuigen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2d387d2de182c77c8745831d2a44162703e2843fe4cc2867a75d5068d512ca92. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2d387d2de182c77c8745831d2a44162703e2843fe4cc2867a75d5068d512ca92, en de alinea staat in dat document op bytes 37212 tot 38509.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2d387d2de182c77c8745831d2a44162703e2843fe4cc2867a75d5068d512ca92 | shasum -a 256