Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 oktober 2007

Alinea 97 Parket bij de Hoge Raad 12 oktober 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 oktober 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA2622.

Op grond van artikel 3 van de Wet op de loonbelasting worden bepaalde arbeidsverhoudingen dus gekwalificeerd als dienstbetrekking, maar de vraag is of dit ze ook werknemer maakt. Lid 1 van artikel 2 van de Wet op de loonbelasting definieert als werknemer de "natuurlijk persoon die tot een inhoudingsplichtige in privaatrechtelijke of publiekrechtelijke dienstbetrekking staat (...)". Aangezien personen die geacht worden een fictieve dienstbetrekking te hebben op grond van artikel 3 van de Wet op de loonbelasting volgens dit artikel een arbeidsverhouding hebben, kwalificeren ze naar mijn mening ook als werknemer in de zin van artikel 2. De commissaris wordt in artikel 2 ook alleen genoemd om ervoor te zorgen dat deze eveneens onder het begrip werknemer valt indien de commissaris niet in Nederland woont en de dienstbetrekking geheel buiten Nederland vervult. Het Hof had daarom de overweging inzake het genoemd worden van de commissaris in artikel 2 achterwege kunnen laten. Op grond hiervan zou, nu de fictieve dienstbetrekking niet langer is uitgezonderd van toepassing van de 30%-regeling, een ieder met een arbeidsverhouding die kwalificeert als fictieve dienstbetrekking in aanmerking moeten kunnen komen voor de 30%-regeling.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2d387d2de182c77c8745831d2a44162703e2843fe4cc2867a75d5068d512ca92. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2d387d2de182c77c8745831d2a44162703e2843fe4cc2867a75d5068d512ca92, en de alinea staat in dat document op bytes 39896 tot 41148.