Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2007

Alinea 23 Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA3098.

5. De vraag is of aldus is voldaan aan de eis dat, om als cassatiemiddel te kunnen gelden, sprake moet zijn van een stellige en duidelijke klacht. Onduidelijk is of met het beroep op art. 359, tweede lid, Sv is bedoeld te stellen dat de verwerping van het beroep op niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie - een verweer in de zin van art. 358, derde lid, Sv - niet naar de eis der wet met redenen is omkleed, dan wel dat wordt geklaagd over het passeren van enig uitdrukkelijk onderbouwd standpunt dat in het kader van het gevoerde verweer is ingenomen. Nagelaten is voorts uiteen te zetten waarom het oordeel van het Hof niet begrijpelijk zou zijn en enkel is verwezen naar hetgeen in hoger beroep is aangevoerd. Een dergelijke uiteenzetting had wellicht gemist kunnen worden als de onbegrijpelijkheid van het oordeel zich aan de - in het recht ingevoerde - lezer zou opdringen, maar dat is bepaald niet het geval.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d0c151a7905d20076fe850d35741e57d419108abf64526ff726727757623ea79. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d0c151a7905d20076fe850d35741e57d419108abf64526ff726727757623ea79, en de alinea staat in dat document op bytes 10051 tot 10990.