Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2007
Alinea 24 Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA3128.
7. Ik geloof niet dat de stellers van het middel de betekenis van de arresten waarop zij zich beroepen, helemaal goed hebben ingeschat. Van een (voorzichtige) breuk met het verleden is geen sprake. Integendeel. De Hoge Raad hield in beide arresten vast aan de lijn die in zijn eerdere jurisprudentie valt te ontwaren. Die lijn is dat de rechter de oplegging van een vrijheidsbenemende sanctie in zijn uitspraak expliciet dient te verantwoorden. Minimaal vereist is dat de rechter met zoveel woorden tot uitdrukking brengt dat een vrijheidsbenemende sanctie aangewezen is. Meer is niet nodig, maar minder mag niet. In die nogal formalistische lijn past het door de stellers van het middel eveneens genoemde HR 31 maart 1987, NJ 1987, 706, waarin de Hoge Raad de motivering van de opgelegde vrijheidsbenemende straf toereikend achtte aangezien het Hof had overwogen dat het "gezien de ernst van het feit, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf als door de eerste rechter opgelegd geboden" achtte. In die lijn passen ook de beide in augustus 2006 gewezen arresten(1). Hier had het Hof telkens wel de strafoplegging gemotiveerd, maar uit die motivering bleek niet met zoveel woorden dat hij er zich rekenschap van had gegeven dat de opgelegde straf vrijheidsbeneming met zich bracht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/65bfea1729a589a9adebbb3bb4a1d168b205a07fbc184fbd2067d4bf39099e22. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 65bfea1729a589a9adebbb3bb4a1d168b205a07fbc184fbd2067d4bf39099e22, en de alinea staat in dat document op bytes 7656 tot 8948.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/65bfea1729a589a9adebbb3bb4a1d168b205a07fbc184fbd2067d4bf39099e22 | shasum -a 256