Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2007
Alinea 25 Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA3128.
8. Voor zover de beide augustus-arresten toegevoegde waarde hebben, schuilt die in het feit dat de Hoge Raad van relativering van de op art. 359 lid 6 Sv gestelde nietigheid kennelijk weinig tot niets wil weten. De in de conclusies gegeven voorzetten in die richting werden in elk geval genegeerd. Ik veronderstel dat de reden is geweest dat de Hoge Raad - uit respect voor de wetgever - wil voorkomen dat het voorschrift van art. 359 lid 6 Sv tot een dode letter wordt. Daar valt wel wat voor te zeggen, al kan men zich afvragen of de fraaie bedoelingen die de wetgever destijds met het voorschrift had, niet allang zijn gesmoord in de formalistische invulling die het voorschrift in de jurisprudentie heeft gekregen. Men kan zich ook afvragen of het voorschrift geen anachronisme is geworden in een tijd waarin - getuige de totstandkoming van art. 359 lid 2 Sv - het uitgangspunt van de wetgever is geworden dat de motiveringseis wordt beheerst door het contradictoire karakter van het geding. Starre motiveringseisen, die geen enkel verband houden met de geschilpunten waarop de behandeling ter zitting zich richtte, passen daarbij minder goed. Maar mogelijk is dit meer een zaak voor de wetgever dan voor de rechter.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/65bfea1729a589a9adebbb3bb4a1d168b205a07fbc184fbd2067d4bf39099e22. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 65bfea1729a589a9adebbb3bb4a1d168b205a07fbc184fbd2067d4bf39099e22, en de alinea staat in dat document op bytes 8968 tot 10201.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/65bfea1729a589a9adebbb3bb4a1d168b205a07fbc184fbd2067d4bf39099e22 | shasum -a 256