Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2007
Alinea 20 Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA3135.
Het klopt dat ik een raplied heb gemaakt. De tekst van dit raplied bestond uit hetgeen in de tenlastelegging is gezet. Het waren mijn gevoelens die ik heb geuit. Ik heb over meerdere leerlingen de rap geschreven. Ik heb dit gedaan, omdat die meiden mij altijd pestten. [Betrokkene 1] vertelde dingen door die ze niet mocht doorvertellen en [slachtoffer] maakte racistische opmerkingen over mijn kleren. Ik heb het liedje doorgestuurd naar [betrokkene 2] via de MSN. Ik heb het liedje ook aan [betrokkene 3] gestuurd. Ik heb het lied persoonlijk naar hen verstuurd. Na het aanbieden van mijn excuses, heb ik het raplied ook nog naar [betrokkene 4] verstuurd. Ik had wel in mijn achterhoofd dat het rapliedje dan weer bij de meisjes terecht zou kunnen komen, maar ik dacht dat het geen kwaad kon, omdat ik alles met hen had uitgepraat.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aefadbcad09e9f7aeb89ab431194c620b1e0bc799c20a75cad16a2c1d8294389. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aefadbcad09e9f7aeb89ab431194c620b1e0bc799c20a75cad16a2c1d8294389, en de alinea staat in dat document op bytes 6715 tot 7561.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/aefadbcad09e9f7aeb89ab431194c620b1e0bc799c20a75cad16a2c1d8294389 | shasum -a 256