Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2007

Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA3135.

Ik zit in klas [001] van [A] College. Het is mij bekend dat ik ben aangehouden terzake bedreiging en belediging. Deze bedreigingen en beledigingen zijn door mij geuit in de vorm van een rap-liedje. Deze bedreigingen zijn geuit in de richting van alle meisjes in mijn klas. Meerdere meisjes uit mijn klas begonnen mij te pesten. Het pesten bestond uit het verspreiden van roddels over mij. Ook het feit hoe men afwijzend en afkerend naar mij keek begon mij geestelijk te raken. Omdat ik een en ander niet meer kon verdragen, besloot ik mijn gevoelens in rap-liedjes te uiten. In deze liedjes uitte ik mijn gevoelens tegenover de meisjes die bij mij in de klas zaten. Omdat ik heel erg kwaad was op de meisjes, besloot ik op een gegeven moment mijn rap-liedje aan een vriend van mij, genaamd [betrokkene 2], door te sturen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aefadbcad09e9f7aeb89ab431194c620b1e0bc799c20a75cad16a2c1d8294389. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aefadbcad09e9f7aeb89ab431194c620b1e0bc799c20a75cad16a2c1d8294389, en de alinea staat in dat document op bytes 7912 tot 8746.