Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2007
Alinea 24 Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA3135.
Een klasgenoot van mij genaamd [verdachte] heeft middels een rap-liedje mij bedreigd mij zwaar te mishandelen en mij beledigd door mij kankerhoer te noemen. Ik zit in de 2e klas van [A] college vestiging [a-straat] te [plaats]. Ongeveer twee weken geleden kwam ik erachter dat [verdachte] een rapliedje had gemaakt. Ik begreep van mijn vriendinnen dat [verdachte] in dit liedje onder andere over mij had gesproken. Een van deze meisjes, genaamd [betrokkene 1], liet mij het genoemde liedje horen. Vandaag 12 mei 2005, werd tijdens onze geschiedenisles ons allen gezegd dat [verdachte] geschorst was. Ik heb, zoals ik reeds heb verklaard, kennis genomen van de inhoud van het genoemde liedje. Dit luidt als volgt:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aefadbcad09e9f7aeb89ab431194c620b1e0bc799c20a75cad16a2c1d8294389. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aefadbcad09e9f7aeb89ab431194c620b1e0bc799c20a75cad16a2c1d8294389, en de alinea staat in dat document op bytes 9098 tot 9823.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/aefadbcad09e9f7aeb89ab431194c620b1e0bc799c20a75cad16a2c1d8294389 | shasum -a 256