Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2007

Alinea 54 Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA3135.

Ongeveer 3 à 4 weken geleden kreeg ik via de msn een liedje van [verdachte] toegestuurd. [verdachte] vroeg mij om dat liedje te beluisteren. Ik hoorde dat [verdachte] in zijn liedje meerdere meisjes bij ons in de klas uitschold. Ik wil zeggen dat ik in [001] van [A] College te [plaats] zit. Ik stuurde het liedje van [verdachte] door naar [betrokkene 5]. Ik heb het liedje naar [betrokkene 5] doorgestuurd, omdat ik wilde hebben dat [betrokkene 5] en andere meisjes op de hoogte zouden zijn van het bestaan van het genoemde liedje. Later in die week merkte ik dat het liedje van [verdachte] op een mp3-speler van een van mijn schoolgenoten terecht is gekomen. Er kwamen dus meerdere jongens en meisjes achter dat [verdachte] een rapliedje met beledigende en bedreigende inhoud had gemaakt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aefadbcad09e9f7aeb89ab431194c620b1e0bc799c20a75cad16a2c1d8294389. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aefadbcad09e9f7aeb89ab431194c620b1e0bc799c20a75cad16a2c1d8294389, en de alinea staat in dat document op bytes 12052 tot 12856.