Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2007

Alinea 58 Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA3135.

Ik zit in klas [001] van [A] college te [plaats]. Op een dag, ongeveer 3 à 4 weken geleden, kwam ik op school [verdachte] tegen. [verdachte] vertelde mij dat zijn klasgenoten, meisjes, boos op hem waren. [verdachte] zei tegen mij dat hij een rapliedje over die meisjes had gemaakt en dat die meisjes daarom kwaad op hem waren geworden. Ik vroeg [verdachte] of hij zijn liedje mij via de mail/msn op kon sturen zodat ik zijn liedje kon beluisteren. Op een andere dag was [verdachte] op de msn online. Ik merkte dat [verdachte] een meisje aan het msngesprek toevoegde. Dit genoemde meisje heeft vervolgens via de msn het betreffende liedje naar mij gestuurd. Ik heb vervolgens het liedje beluisterd. Ik hoorde inderdaad dat hij het over meerdere meisjes had. De inhoud van het genoemde liedje vond ik beledigend, hard, een beetje asociaal. Ik heb dit liedje op mijn mp3-speler gezet. Op school gaf ik mijn mp3-speler aan [betrokkene 6]. Ik zag dat [betrokkene 6] het rapliedje aan haar vriendinnen liet luisteren. Volgens mij waren het de meisjes waar [verdachte] het in zijn liedje over had."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aefadbcad09e9f7aeb89ab431194c620b1e0bc799c20a75cad16a2c1d8294389. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aefadbcad09e9f7aeb89ab431194c620b1e0bc799c20a75cad16a2c1d8294389, en de alinea staat in dat document op bytes 14064 tot 15169.