Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2007

Alinea 74 Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA3135.

14. Deze klacht mist feitelijke grondslag omdat zij berust op een andere uitleg van de bewezenverklaring dan waarvan het Hof kennelijk en niet onbegrijpelijk is uitgegaan. Aan de verdachte is niet tenlastegelegd en het Hof heeft ook niet bewezenverklaard dat verdachte meermalen een raplied heeft geschreven en opgenomen en ook niet dat dit geschiedde in de genoemde periode. Tenlastegelegd en bewezenverklaard is dat verdachte [slachtoffer] in de genoemde periode meermalen heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht. Het Hof heeft dit kennelijk aldus opgevat dat het bedreigen geschiedde door het in de openbaarheid brengen en verspreiden van een en hetzelfde - door de verdachte op enig daarvoor gelegen tijdstip geschreven - lied dat daardoor ter kennis kwam van het slachtoffer. Uit de bewijsmiddelen kan niet alleen worden afgeleid dat de verdachte het bewuste lied in de bewezenverklaarde periode meerdere malen in de openbaarheid heeft gebracht en verspreid, maar ook dat het lied in die periode ter kennis kwam van genoemde [slachtoffer]. Reeds omdat de gevolgen van het handelen van de verdachte in de bewezenverklaarde periode intraden, kon het Hof aannemen dat de bedreigingen in de bewezenverklaarde periode zijn gepleegd.(6)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aefadbcad09e9f7aeb89ab431194c620b1e0bc799c20a75cad16a2c1d8294389. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aefadbcad09e9f7aeb89ab431194c620b1e0bc799c20a75cad16a2c1d8294389, en de alinea staat in dat document op bytes 24572 tot 25837.