Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2007

Alinea 76 Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA3135.

16. Ik meende aanvankelijk dat de beide deelklachten over iets anders bedoelden te klagen, namelijk of uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat [slachtoffer] meermalen is bedreigd.(7) Ik had het begrijpelijker gevonden als het Hof - dat aannam dat de verdachte één lied(8) in de openbaarheid bracht waarmee [slachtoffer] bekend raakte - had geoordeeld dat sprake was geweest van één enkele bedreiging (die het slachtoffer mogelijk langs meerdere wegen heeft bereikt). Het Hof heeft kennelijk geoordeeld dat elke keer dat de verdachte het lied naar een medeleerling zond, als een afzonderlijke bedreiging telde. Wellicht is dat een waardering van het feitenmateriaal die niet zonder meer onbegrijpelijk genoemd kan worden, maar dan zal uit de bewijsmiddelen toch moeten blijken dat bij elke afzonderlijke bedreiging aan alle bestanddelen van het strafbare feit is voldaan. Zo zal moeten blijken dat alle bedreigingen [slachtoffer] hebben bereikt, dat de omstandigheden alle keren zodanig waren dat zij telkens opnieuw voor haar leven kon vrezen en dat bij de verdachte telkens het vereiste opzet aanwezig was. Voor de beoordeling van de derde deelklacht is dat niet zonder belang.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aefadbcad09e9f7aeb89ab431194c620b1e0bc799c20a75cad16a2c1d8294389. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aefadbcad09e9f7aeb89ab431194c620b1e0bc799c20a75cad16a2c1d8294389, en de alinea staat in dat document op bytes 26562 tot 27764.