Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2007
Alinea 79 Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA3135.
19. Ook hier geldt dat het middel in al zijn spitsvondigheid langs het werkelijke probleem heen scheert. Ik begrijp de bewijsoverweging van het Hof aldus, dat de verdachte voorwaardelijk opzet had toen hij het liedje voor de tweede keer (aan [betrokkene 3]) en voor de derde keer (aan [betrokkene 4]) verstuurde. De eerste keer - toen het lied aan [betrokkene 2] werd gezonden - was naar het oordeel van het Hof kennelijk nog geen sprake van voorwaardelijk opzet. Daar komt bij dat uit de bewijsmiddelen niet blijkt dat het aan [betrokkene 2] gezonden lied [slachtoffer] heeft bereikt. Het Hof lijkt zich dat ook - getuige het tussen haakjes plaatsen van het woord "nogmaals" - te hebben gerealiseerd. Dat het aan [betrokkene 3] gestuurde lied het slachtoffer heeft bereikt, blijkt evenmin uit de bewijsmiddelen.(9) Er blijft aldus hooguit één strafbare bedreiging over.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aefadbcad09e9f7aeb89ab431194c620b1e0bc799c20a75cad16a2c1d8294389. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aefadbcad09e9f7aeb89ab431194c620b1e0bc799c20a75cad16a2c1d8294389, en de alinea staat in dat document op bytes 29561 tot 30446.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/aefadbcad09e9f7aeb89ab431194c620b1e0bc799c20a75cad16a2c1d8294389 | shasum -a 256