Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2007
Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA3142.
12. Dat het Hof niet met zoveel woorden tot uitdrukking heeft gebracht dat de aan de middelen ten grondslag liggende opvatting onjuist was, maakt de verwerping van het verweer onjuist noch onbegrijpelijk. Het (juiste) uitgangspunt van het Hof is onmiskenbaar geweest dat de plaats waar de verdachte de voorbereidingshandelingen pleegde, als locus delicti in aanmerking mag worden genomen. Ik merk daarbij op dat door de raadsman ter zitting van het Hof alléén de niet-ontvankelijkheid is bepleit voor zover de voorbereidingshandelingen in België plaats hadden (zie pleitnota, punten 41-43). Het Hof heeft, reagerend op dat beroep op partiële niet-ontvankelijkheid, overwogen dat een strafbaar feit ook dan in Nederland is gepleegd - zodat vervolging in Nederland voor het gehele feitencomplex mogelijk is - als niet alle handelingen in Nederland hebben plaatsgevonden. Dat juridisch oordeel is juist.(9)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/81aeaacc60c4a3cf6f8487ff8eef2abf88c60e4d5844fd117dbcc7ecc34ac549. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 81aeaacc60c4a3cf6f8487ff8eef2abf88c60e4d5844fd117dbcc7ecc34ac549, en de alinea staat in dat document op bytes 13166 tot 14086.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/81aeaacc60c4a3cf6f8487ff8eef2abf88c60e4d5844fd117dbcc7ecc34ac549 | shasum -a 256