Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2007

Alinea 34 Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA3142.

17. In het algemeen geldt dat "het in Nederland begaan zijn van het feit", geen (stilzwijgend) bestanddeel van de delictsomschrijving vormt. Ook gedragingen die in het buitenland worden begaan, kunnen dus beantwoorden aan de delictsomschrijving. Als het anders was, zou bijvoorbeeld art. 5 lid 1 onder 2 Sr. zinledig zijn. Niemand kan zich dan immers in het buitenland nog schuldig maken aan een feit dat door de Nederlandse strafwet als misdrijf wordt beschouwd. Daarom kan slechts bij hoge uitzondering worden aangenomen dat een strafbepaling enkel betrekking heeft op in Nederland gepleegde feiten. Een voorbeeld van een dergelijke uitzondering is te vinden in HR 31 mei 1983, NJ 1983, 786, waarin de Hoge Raad overwoog:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/81aeaacc60c4a3cf6f8487ff8eef2abf88c60e4d5844fd117dbcc7ecc34ac549. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 81aeaacc60c4a3cf6f8487ff8eef2abf88c60e4d5844fd117dbcc7ecc34ac549, en de alinea staat in dat document op bytes 16258 tot 16995.