Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2007
Alinea 52 Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA3142.
28. Dit onderdeel van het gevoerde verweer komt mij niet zo klemmend voor dat het Hof daarop afzonderlijk had moeten ingaan. Het gaat hier bepaald niet om een wezenlijk onderdeel van de verklaring van [betrokkene 1]. Dat haar verklaring op dit ondergeschikte punt mogelijk onjuist is, wettigt nog niet de gevolgtrekking dat haar verklaring op de cruciale onderdelen ervan onbetrouwbaar is. Daar komt bij dat de verklaringen van [betrokkene 1] over het gebel van [medeverdachte 1] weliswaar geen steun vinden in de printgegevens van de onderzochte telefoonaansluitingen, maar daardoor ook niet worden ontkracht. Het is immers niet uitgesloten dat [medeverdachte 1] nog een andere telefoon gebruikte (waarvan zich geen printgegevens in het dossier bevinden) en dat hij daarmee de door [betrokkene 1] bedoelde gesprekken voerde.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/81aeaacc60c4a3cf6f8487ff8eef2abf88c60e4d5844fd117dbcc7ecc34ac549. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 81aeaacc60c4a3cf6f8487ff8eef2abf88c60e4d5844fd117dbcc7ecc34ac549, en de alinea staat in dat document op bytes 23454 tot 24293.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/81aeaacc60c4a3cf6f8487ff8eef2abf88c60e4d5844fd117dbcc7ecc34ac549 | shasum -a 256