Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2007

Alinea 63 Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA3142.

39. Ambtshalve vestig ik nog de aandacht op het volgende. Het Hof heeft in de bewezenverklaring - die is afgestemd op de tekst van de Opiumwet zoals die ten tijde van het bewezenverklaarde luidde - laten staan dat het handelen van de verdachte gericht was op het voorbereiden of bevorderen van "een feit als bedoeld in het derde of vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet". Het Hof heeft het bewezenverklaarde dienovereenkomstig gekwalificeerd. Voor het alternatief dat het ging om een feit als bedoeld in het vierde lid, is evenwel geen steun te vinden in de bewijsmiddelen. Dat betekent dat ook de kwalificatie niet deugt.(22) Dit kan aangemerkt worden als een kennelijk misslag, die in cassatie kan worden hersteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/81aeaacc60c4a3cf6f8487ff8eef2abf88c60e4d5844fd117dbcc7ecc34ac549. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 81aeaacc60c4a3cf6f8487ff8eef2abf88c60e4d5844fd117dbcc7ecc34ac549, en de alinea staat in dat document op bytes 30277 tot 31010.