Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2007

Alinea 259 Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA3161.

6.17 Voor zover het onderdeel stelt dat het Hof gehouden was nadere feiten vast te stellen die het gebruik van coderekeningen voor handel in voorkennis aannemelijk maken, gaat het onderdeel uit van een onjuiste rechtsopvatting. Art. 29 lid 1 WED spreekt immers van ernstige bezwaren tegen de verdachte en belangen die door het vermoedelijk overtreden voorschrift worden beschermd. Voor wat betreft het opleggen van voorlopige maatregelen als bedoeld in art. 28 WED, heeft Uw Raad geoordeeld dat de verdenking van overtreding van enig aldaar bedoeld voorschrift volstaat.(51) Gezien de tekst van de wet zal dit met betrekking tot art. 29 WED niet anders zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e220826ed17f39c895fb98f0e502233227ead98df2ee885573819f146e4c8c2a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e220826ed17f39c895fb98f0e502233227ead98df2ee885573819f146e4c8c2a, en de alinea staat in dat document op bytes 108871 tot 109543.