Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2007

Alinea 41 Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA3161.

1.16 De zaak is op negen verschillende dagen in 2001 ter zitting behandeld. Bij vonnis van 22 juni 2001 heeft de meervoudige strafkamer van de Rechtbank Amsterdam (hierna: de strafrechter) de OvJ niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging van [eiseres] ter zake van de telastegelegde deelneming aan een criminele organisatie.(13) Daaraan heeft de strafrechter overwegingen ten grondslag gelegd naar aanleiding van het door de raadsman van [eiseres] - mr. Pen - ingenomen standpunt dat de OvJ bewust en opzettelijk zijn cliënte heeft benadeeld en derhalve doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van zijn cliënte aan haar recht op een eerlijke behandeling van haar zaak heeft tekortgedaan en naar aanleiding van het overigens verhandelde ter zitting. De Rechtbank is er daarbij vanuit gegaan dat er, in haar algemeenheid, voldoende aanleiding was voor het onderzoek tegen [eiseres]. De Rechtbank heeft in haar vonnis onder de rov. 2.2.2 t/m 2.2.5 op een vijftal punten het optreden van (medewerkers onder verantwoordelijkheid van) de OvJ onzorgvuldig geacht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e220826ed17f39c895fb98f0e502233227ead98df2ee885573819f146e4c8c2a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e220826ed17f39c895fb98f0e502233227ead98df2ee885573819f146e4c8c2a, en de alinea staat in dat document op bytes 16412 tot 17502.