Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007
Alinea 232 Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA3516.
17 Van der Wiel, De rechtsverhouding tussen procespartijen, diss. 2004, p. 26 (voetnoot 139). Zoals al even genoemd werd: HR 4 oktober 1996, NJ 1998, 45 m.nt. HJS, rov. 3.3 (waarin het gaat om de aanverwante (en voor de zaak die vandaag ter beoordeling staat ook alleszins relevante) vraag wanneer er sprake is van "bedrog" dat grond kan opleveren voor rekest-civiel), laat voor de hier aangestipte gedachte wel ruimte - zie ook alinea's 2.4 - 2.6 van de conclusie van A-G Asser voor dit arrest. Zie ook nog Van Mierlo - Bart, Parlementaire Geschiedenis (etc.), 2002, p. 149 - 150.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/69434e235788289adb37339b5432dfdbac356def960cd7719248c4d0c9f5d357. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 69434e235788289adb37339b5432dfdbac356def960cd7719248c4d0c9f5d357, en de alinea staat in dat document op bytes 121276 tot 121870.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/69434e235788289adb37339b5432dfdbac356def960cd7719248c4d0c9f5d357 | shasum -a 256