Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 september 2007

Alinea 38 Parket bij de Hoge Raad 7 september 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 september 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA3521.

17) Ik meen intussen dat, als een dergelijke regel eenmaal wordt aanvaard, zowel principiële- als billijkheidsargumenten er tegen pleiten dat die regel eenzijdig in het voordeel van slechts één van de (groepen van) partijen zou worden toegepast. Principieel meen ik dat de andere oplossing te veel geweld zou aandoen aan het beginsel van "equality of arms" dat in de civiele procedure zo'n voorname plaats inneemt. Wat de billijkheid betreft lijkt mij dat, hoe zeer het ook als redelijk kan treffen dat de onteigende partij door "ambtshalve" oplettendheid van de rechter wordt behoed voor een mogelijk te lage schadeloosstelling vanwege gebreken in haar eigen stellingen, er toch weinig voor valt te zeggen dat die partij in aanmerking zou behoren te komen voor een te hoge schadeloosstelling, als de stellingen aan de andere zijde eens te kort zouden schieten. In een geding dat gericht is op het vinden van de "gerechte" schadevergoeding, zou ook een dergelijke "materiële" eenzijdigheid mij minder redelijk toeschijnen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d518c2692455d1aaaa54a384c872462d9240ea9a2a6bdce14ad67f67a8558804. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d518c2692455d1aaaa54a384c872462d9240ea9a2a6bdce14ad67f67a8558804, en de alinea staat in dat document op bytes 16633 tot 17672.