Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 september 2007
Alinea 48 Parket bij de Hoge Raad 7 september 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 september 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA3521.
23) Subonderdeel 2.1 (subonderdeel 2 houdt volgens mij geen beredeneerde klacht in), lijkt mij daarentegen ongegrond. Dat de rechtbank heeft aangenomen dat een substantieel van de hypothecaire vorderingen ten laste van [verweerder 1] betrekking had op de financiering van andere (onroerende)(17) zaken is begrijpelijk, alleen al vanwege het feit dat [verweerder 1] in een bedrijfspand elders - in [plaats] - een tweede onderneming exploiteerde en dat tenminste één lening was aangetrokken voor de financiering van een appartement. Hiervóór gaf ik als mijn mening, dat dat er niet aan afdoet dat de rechtbank had behoren te onderzoeken welke rol het verdere leenkapitaal vervulde in de bandenonderneming die op het onteigende werd gedreven; maar op de bevinding dat een substantieel deel van de geleende middelen een andere bestemming zal hebben gehad, lijkt mij voor het overige niets aan te merken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d518c2692455d1aaaa54a384c872462d9240ea9a2a6bdce14ad67f67a8558804. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d518c2692455d1aaaa54a384c872462d9240ea9a2a6bdce14ad67f67a8558804, en de alinea staat in dat document op bytes 22806 tot 23722.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d518c2692455d1aaaa54a384c872462d9240ea9a2a6bdce14ad67f67a8558804 | shasum -a 256