Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 september 2007
Alinea 61 Parket bij de Hoge Raad 7 september 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 september 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA3521.
28) Als ik de strekking is van dit subonderdeel van het middel en van de daartegen ingebrachte bezwaren van de kant van [verweerder 1], zoals ik die zojuist weergaf, goed heb begrepen, zou ik denken dat de klacht van het subonderdeel gegrond is. Het gaat hier inderdaad om een relevante bron van (potentieel) voordeel, en om voordeel dat voor verrekening in aanmerking kan komen. Gegeven de eerder onderzochte plicht van de rechtbank om zelfstandig de omvang van de voor vergoeding in aanmerking komende schade te onderzoeken lag het (na verwerping van de andere weg die de Staat had aangewezen, namelijk de weg van "korting" van de wegvallende (hypothecaire) rentelasten terzake van het bij het bandenbedrijf in gebruik zijnde deel van het onteigende), in de rede om deze alternatieve bron van mogelijk voordeel te onderzoeken. Dat de Staat zich daar niet specifiek op had beroepen (maar wel de alternatieve weg van verrekening van de (wegvallende) hypothecaire rentelasten had verdedigd) doet daar dan, denk ik, niet aan af(21).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d518c2692455d1aaaa54a384c872462d9240ea9a2a6bdce14ad67f67a8558804. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d518c2692455d1aaaa54a384c872462d9240ea9a2a6bdce14ad67f67a8558804, en de alinea staat in dat document op bytes 30050 tot 31093.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d518c2692455d1aaaa54a384c872462d9240ea9a2a6bdce14ad67f67a8558804 | shasum -a 256