Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2007

Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA3526.

Volgens het middel is de kern van de rov. 8 en 9 dat er geen bepaalbaar ogenblik bestaat waarop de bedoelde overeenkomst tot stand zou zijn gekomen. Het Hof heeft zich echter beperkt tot de inhoud en strekking van de transportakte, maar heeft miskend dat de overeenkomst ook voor of na het passeren daarvan (mondeling dan wel stilzwijgend) tot stand kan zijn gekomen. Omtrent de gestelde bedoeling van partijen kan pas een oordeel worden gegeven als de bij pleidooi genoemde getuigen zijn gehoord. Derhalve heeft het Hof zich, nog steeds volgens het middel, in rov. 9 impliciet aan speculatie omtrent de uitkomst van die verhoren schuldig gemaakt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aaaf3ea294fb72e6e9219887e0b98eab55bd6e6f10cb9a13e904872b9246a1f7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aaaf3ea294fb72e6e9219887e0b98eab55bd6e6f10cb9a13e904872b9246a1f7, en de alinea staat in dat document op bytes 16683 tot 17343.