Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2007

Alinea 52 Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA3526.

Anders dan het middel stelt, heeft het Hof in de rov. 8 en 9 niet overwogen dat een bepaalbaar ogenblik waarop de bedoelde overeenkomst tot stand zou zijn gekomen ontbreekt, noch enig belang aan het ontbreken van een dergelijk tijdstip toegekend. Weliswaar heeft het Hof in rov. 20 overwogen dat het Eilandgebied heeft "volstaan met enkel te stellen dat een mondelinge overeenkomst tot inbreng in natura is gesloten, zonder nader te concretiseren wanneer die overeenkomst is aangegaan, wie daarbij namens de onderscheiden partijen betrokken waren en waarom aan die overeenkomst geen gevolg is gegeven" (onderstreping toegevoegd; LK), maar rov. 20 betreft het aanbod van nader bewijs van een mondelinge overeenkomst, die in de rov. 8 en 9 niet aan de orde is. Voorts heeft rov. 20 niet de strekking uit te sluiten dat een overeenkomst ook vóór of na de transportakte tot stand kan zijn gekomen, maar omvat zij het oordeel dat het Eilandgebied zijn stellingen met betrekking tot de totstandkoming van een mondelinge overeenkomst, tegenover de gemotiveerde betwisting daarvan door de curator, (onder meer) ten aanzien van het tijdstip van aangaan van een dergelijke overeenkomst onvoldoende heeft geconcretiseerd, waardoor voor nadere bewijslevering geen plaats is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aaaf3ea294fb72e6e9219887e0b98eab55bd6e6f10cb9a13e904872b9246a1f7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aaaf3ea294fb72e6e9219887e0b98eab55bd6e6f10cb9a13e904872b9246a1f7, en de alinea staat in dat document op bytes 26597 tot 27874.