Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2007

Alinea 54 Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA3526.

2.4 Het middel klaagt verder dat omtrent de gestelde bedoeling van partijen pas een oordeel kan worden gegeven als de getuigen worden gehoord die bij pleidooi zijn genoemd. Het Hof heeft zich derhalve in rov. 9 impliciet schuldig gemaakt aan speculatie omtrent de uitkomst van die verhoren, aldus de klacht. Voorts betoogt het middel dat 's Hofs oordeel in rov. 21 dat niet duidelijk is waartoe het bewijsaanbod zou moeten leiden niet juist is en van een onjuiste althans te beperkte visie op de mogelijkheid die een procespartij dient te krijgen om zijn stellingen aan te tonen getuigt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aaaf3ea294fb72e6e9219887e0b98eab55bd6e6f10cb9a13e904872b9246a1f7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aaaf3ea294fb72e6e9219887e0b98eab55bd6e6f10cb9a13e904872b9246a1f7, en de alinea staat in dat document op bytes 29191 tot 29791.