Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2007
Alinea 76 Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA3526.
10 HR 9 juli 2004, NJ 2005, 270 (rov. 3.6), m.nt. DA (zie ook de annotaties van M.A.J.G. Janssen in JBPr 2004, 65 en van G.R. Rutgers in AA 2005, p. 270); HR 9 juli 2004, JBPr 2004, 53 (rov. 3.6), m.nt. C.J.M. Klaassen; HR 9 augustus 2002, RvdW 2002, 132 (rov. 4.1); HR 20 maart 1998, NJ 1999, 693 (rov. 3.5), m.nt. HJS onder NJ 1999, 694; HR 21 april 1995, NJ 1995, 437 (rov. 3.3.1); HR 14 januari 1994, NJ 1994, 333 (rov. 3.4); HR 1 november 1991 (2x), NJ 1992, 26 en 27 (rov. 3.2 en 3.3 resp. rov. 3.2), zie in het bijzonder de conclusies van A-G Biegman-Hartogh resp. A-G Asser; HR 9 mei 1986, NJ 1986, 608 (rov. 3.3); HR 18 juni 1982, NJ 1982, 606 (rov. 3.2), m.nt. PAS; HR 23 december 1966, NJ 1967, 86. Zie voorts Snijders/Wendels, Civiel appel (2003), nr. 207; Hugenholtz/Heemskerk, Hoofdlijnen van Nederlands burgerlijk procesrecht (2006), nr. 87. Dat de rechter zich ook naar Nederlands-Antilliaans recht niet door zijn (negatieve) verwachtingen met betrekking tot de uitkomst van de bewijslevering mag laten leiden, vloeit voort uit HR 21 mei 1999, NJ 2000, 13, m.nt. HJS onder NJ 2000, 14.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aaaf3ea294fb72e6e9219887e0b98eab55bd6e6f10cb9a13e904872b9246a1f7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aaaf3ea294fb72e6e9219887e0b98eab55bd6e6f10cb9a13e904872b9246a1f7, en de alinea staat in dat document op bytes 41098 tot 42213.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/aaaf3ea294fb72e6e9219887e0b98eab55bd6e6f10cb9a13e904872b9246a1f7 | shasum -a 256