Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007

Alinea 103 Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA3529.

31. In de onderhavige artikel 46 Wbp-procedure hebben [verweerder] c.s. hun verzoek weliswaar toegespitst op verkrijging van de bandopnames althans de schriftelijke uitwerkingen daarvan, maar daaruit kan niet worden afgeleid dat hun oorspronkelijke verzoek aan HBU, om hen mede te delen of zij op zulke gegevensdragers persoonsgegevens verwerkt, in deze procedure niet meer aan de orde is. Het hof licht dit als volgt toe. Het verzoek van [verweerder] c.s. om inzage in de bandopnames of schriftelijke uitwerkingen daarvan, impliceert dat in hun visie deze gegevensdragers bestaan. Dat weten zij echter niet zeker en HBU heeft hierover geen mededeling in de zin van artikel 35 Wbp gedaan. Volgens [verweerder] c.s. heeft HBU op dit punt een verzwaarde stelplicht (verweerschrift in het principaal appel tevens voorwaardelijk incidenteel appelschrift onder 159), hetgeen strookt met de regel van artikel 35 lid 1 Wbp, dat de verantwoordelijke de betrokkene op diens verzoek mededeelt of hem betreffende persoonsgegevens worden verwerkt én, bovenal, met de regel van artikel 12, aanhef en sub a, eerste gedachtestreepje, van de Richtlijn, dat de verantwoordelijke de betrokkene zelfs "uitsluitsel" moet geven omtrent het "al dan niet" bestaan van verwerkingen van hem betreffende persoonsgegevens, welke, aan het transparantiebeginsel uitdrukking gevende, regel bepalend is voor de uitleg van artikel 35 lid 1 Wbp. Verder voorzien de leden 1 en 2 van artikel 35 Wbp welbeschouwd slechts in één verzoek, namelijk in het verzoek van lid 1. Ingevolge lid 2 is de verantwoordelijke verplicht om, indien hij heeft medegedeeld dat persoonsgegevens worden verwerkt, daarvan een volledig overzicht te geven, zonder dat daarvoor een afzonderlijk verzoek is vereist. Gelet op dit alles, in onderling verband en samenhang bezien, moeten de stellingen en verzoeken van [verweerder] c.s in deze procedure (tevens) worden opgevat als strekkende tot het alsnog verkrijgen, op de voet van artikel 35 lid 1 Wbp, van informatie van HBU over het bestaan van bandopnames en/of schriftelijke uitwerkingen, over het vóórkomen daarop van persoonsgegevens betreffende [verweerder] c.s. en over de feitelijke wijze waarop deze gegevens zijn gestructureerd en toegankelijk zijn gemaakt. In aanmerking genomen dat, naar zojuist is overwogen, HBU "uitsluitsel" dient te geven omtrent het "al dan niet" bestaan van verwerkingen van [verweerder] c.s. betreffende persoonsgegevens en HBU tot dusverre niet genoegzaam heeft aangetoond dat geen bandopnames zijn gemaakt of nog bestaan, zal HBU een bevel hiertoe worden gegeven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e67663cea7fb1763f78bb95dcbb751c17fc59e775d9efd21672a0d3fe48d0937. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e67663cea7fb1763f78bb95dcbb751c17fc59e775d9efd21672a0d3fe48d0937, en de alinea staat in dat document op bytes 26244 tot 28855.