Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007

Alinea 183 Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA3529.

(9) Overwegende dat de Lid-Staten, wegens de gelijkwaardige bescherming die voortvloeit uit de onderlinge aanpassing van de nationale wetgevingen, het vrije verkeer van persoonsgegevens tussen de Lid-Staten niet langer mogen belemmeren om redenen in verband met de bescherming van de rechten en vrijheden van natuurlijke personen, met name het recht op persoonlijke levenssfeer; dat aan de Lid-Staten een zekere vrijheid wordt gelaten die binnen het kader van de tenuitvoerlegging van de richtlijn kan worden gebruikt door de economische en sociale partners; dat zij derhalve in hun nationale recht kunnen bepalen onder welke algemene voorwaarden de verwerkingen rechtmatig zijn; dat de Lid-Staten er daarbij naar dienen te streven de momenteel door hun wetgeving geboden bescherming te verbeteren; dat zich binnen de grenzen van deze vrijheid, overeenkomstig het Gemeenschapsrecht, ongelijkheden kunnen voordoen bij de tenuitvoerlegging van de richtlijn hetgeen gevolgen kan hebben voor het gegevensverkeer binnen een Lid-Staat en in de Gemeenschap;'.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e67663cea7fb1763f78bb95dcbb751c17fc59e775d9efd21672a0d3fe48d0937. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e67663cea7fb1763f78bb95dcbb751c17fc59e775d9efd21672a0d3fe48d0937, en de alinea staat in dat document op bytes 58959 tot 60025.