Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007

Alinea 286 Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA3529.

4.38a. Volgens Lieverse impliceert de verplichting om een overzicht van persoonsgegevens te verstrekken niet de verplichting om ook afschriften te verstrekken van de documenten waarin de persoonsgegevens zijn opgenomen. Wel kan zij zich vinden in de gedachte dat digitaal opgenomen telefoongesprekken, maar ook de niet met geautomatiseerde niet-digitale middelen opgenomen telefoongesprekken, die conform het bepaalde in art. 8.5.3 van de Gedragscode traceerbaar zijn, kwalificeren als bestand in de zin van art. 1, sub c, Wbp. Dat zou betekenen dat gevoerde telefoongesprekken in het overzicht, bedoeld in art. 35 Wbp, moeten worden opgenomen en dat de verantwoordelijke moet omschrijven hoe deze gegevens worden verwerkt, aldus Lieverse.(78)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e67663cea7fb1763f78bb95dcbb751c17fc59e775d9efd21672a0d3fe48d0937. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e67663cea7fb1763f78bb95dcbb751c17fc59e775d9efd21672a0d3fe48d0937, en de alinea staat in dat document op bytes 102344 tot 103101.