Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007
Alinea 328 Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA3529.
De klacht miskent dat de rechter in het eigenlijke geschil (in casu: een bodemgeschil over het Wbp-inzagerecht), geroepen is om recht te doen op basis van zijn uitleg van de wet, in het licht van de partijen verdeeld houdende kwesties. Dat het oordeel van een lagere rechter eventueel gecorrigeerd kan worden door een hogere rechter, doet daaraan uiteraard niet af. De in het onderdeel naar voren gebrachte opvatting dat het hof de onderhavige - partijen verdeeld houdende - kwestie onbesproken had kunnen, ja moeten laten, omdat die aan de hand van het vagere dictum van rechtbank in een executiegeschil beoordeeld had kunnen worden, staat haaks hierop. Het executiegeschil dient immers (onder meer) voor ten opzichte van partijen minder gelukkige gevallen waarin de veroordelende rechter niet voldoende duidelijkheid heeft gegeven(86). De omstandigheid dat de verbiedende of bevelende rechter volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad niet gehouden is om af te zien van een in ruime (vage) termen gesteld verbod of bevel (waarvan de nakoming in een executiegeschil nader beoordeeld kan worden)(87), betekent niet dat de veroordelende rechter die duidelijkheid niet mag (en wat mij betreft: bij voorkeur zelfs dient te) geven.(88)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e67663cea7fb1763f78bb95dcbb751c17fc59e775d9efd21672a0d3fe48d0937. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e67663cea7fb1763f78bb95dcbb751c17fc59e775d9efd21672a0d3fe48d0937, en de alinea staat in dat document op bytes 121996 tot 123242.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e67663cea7fb1763f78bb95dcbb751c17fc59e775d9efd21672a0d3fe48d0937 | shasum -a 256