Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007
Alinea 453 Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA3529.
88 Vlg. Oudelaar, a.w., waar hij op p. 318 e.v. de gronden bespreekt waarop de executierechter in de executie mag ingrijpen. Eén van de door hem besproken gronden is 'een onduidelijke executoriale titel'. In dit verband merkt Oudelaar (p. 319) op dat het geen nader betoog behoeft dat rechters zo veel mogelijk moeten voorkomen dat door hen gewezen vonnissen voor meer dan een uitleg vatbaar zijn. Oudelaar verwijst in dit verband tevens (in voetnoot 130) naar H.J. Snijders (Troubles en doubles in het burgerlijk procesrecht, Inaugurele rede Rotterdam, 1995, p. 24), die er (ook) voor pleit dat rechters in hun vonnissen aan partijen optimale duidelijkheid - zo nodig ambtshalve - verstrekken, zodat latere executiegeschillen zo veel mogelijk vermeden worden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e67663cea7fb1763f78bb95dcbb751c17fc59e775d9efd21672a0d3fe48d0937. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e67663cea7fb1763f78bb95dcbb751c17fc59e775d9efd21672a0d3fe48d0937, en de alinea staat in dat document op bytes 155364 tot 156139.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e67663cea7fb1763f78bb95dcbb751c17fc59e775d9efd21672a0d3fe48d0937 | shasum -a 256