Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2007

Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA3535.

2.3. Met betrekking tot de observatiemachtiging heeft de wetgever gekozen voor het eerstgenoemde systeem: een observatiemachtiging heeft een geldigheidsduur van ten hoogste drie weken na de dag waarop de betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis is opgenomen (zie art. 14h lid 3 Wet Bopz). In de oorspronkelijke tekst van de Wet Bopz was ook de geldigheidsduur van een voorlopige machtiging gekoppeld aan de dag van de opneming in het psychiatrisch ziekenhuis; zie art. 10 (oud) Wet Bopz. Omdat deze formulering tot onduidelijkheid aanleiding gaf(3), is deze bepaling later gewijzigd en heeft de wetgever alsnog voor het tweede systeem gekozen. Sedert de inwerkingtreding van de wet van 10 april 1997, Stb. 271, bepaalt art. 10 lid 4 Wet Bopz dat een voorlopige machtiging een geldigheidsduur heeft van ten hoogste zes maanden na haar dagtekening, onverminderd het bepaalde in de artikelen 48 en 49 Wet Bopz.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fb22cd0889874e720cc0c350eac6f418a915e6e7229a5d510424e0018461dcf8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fb22cd0889874e720cc0c350eac6f418a915e6e7229a5d510424e0018461dcf8, en de alinea staat in dat document op bytes 9201 tot 10123.