Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2007

Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA3535.

2.7. De wetsgeschiedenis biedt bij de uitleg van deze bepaling weinig steun. De Krankzinnigenwet van 1884 ging uit van een rechterlijke machtiging - van onbepaalde duur - tot voorlopige plaatsing in een krankzinnigengesticht, binnen zes maanden gevolgd door een vordering tot verlening van een machtiging om de betrokkene gedurende een bepaalde tijd, die van één jaar niet te boven gaande, in het gesticht te doen verblijven. De laatste machtiging kon telkens worden verlengd met ten hoogste één jaar. Na het verstrijken van de geldigheidsduur van de lopende machtiging volgde niet automatisch ontslag. In afwachting van de beslissing van de rechter over een vordering tot verlening van een opvolgende machtiging verbleef de betrokkene onvrijwillig in het gesticht(6).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fb22cd0889874e720cc0c350eac6f418a915e6e7229a5d510424e0018461dcf8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fb22cd0889874e720cc0c350eac6f418a915e6e7229a5d510424e0018461dcf8, en de alinea staat in dat document op bytes 12998 tot 13784.