Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2007

Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA3535.

In spoedeisende gevallen kon de burgemeester de patiënt in bewaring doen stellen. De duur van de inbewaringstelling was aanvankelijk gekoppeld aan de tenuitvoerlegging (zie art. 14 Kw oud). Ter voldoening aan art. 5 EVRM is de regeling van de inbewaringstelling in de Krankzinnigenwet gewijzigd bij wet van 28 augustus 1970, Stb. 430. Na het geven van een last tot inbewaringstelling diende de burgemeester de officier van justitie in te lichten, die uiterlijk de volgende dag van de president van de rechtbank een beslissing vorderde over de vraag of de inbewaringstelling mocht worden voortgezet (art. 35i Kw). De president besliste binnen drie dagen na ontvangst van de vordering(7). Een inbewaringstelling duurde "ten hoogste drie weken na de beslissing van de president" (art. 35j Kw)(8). Indien vóór het einde van deze termijn een machtiging tot plaatsing in een gesticht was gevorderd, kon de president de geldigheidsduur van de inbewaringstelling met ten hoogste drie weken verlengen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fb22cd0889874e720cc0c350eac6f418a915e6e7229a5d510424e0018461dcf8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fb22cd0889874e720cc0c350eac6f418a915e6e7229a5d510424e0018461dcf8, en de alinea staat in dat document op bytes 13792 tot 14800.