Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2007
Alinea 38 Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA3535.
2.15. Hiermee is de in het middel verdedigde uitleg van art. 30 Wet Bopz verworpen, ook al zijn voor die opvatting argumenten(21) en precedenten aan te dragen(22). In het cassatiemiddel wordt in het bijzonder als argument aangevoerd dat de rechtsopvatting van de rechtbank meebrengt dat de geldigheidsduur van de inbewaringstelling 22 dagen bedraagt, te weten de dag van de beschikking zelf en vervolgens nog drie weken, zulks in strijd met de wet die de geldigheidsduur op 21 dagen (drie weken) stelt. De opvatting dat de geldigheidsduur eerst aanvangt op de dag volgend op die van de uitspraak is volgens het middel onverenigbaar met de systematiek van de wet, welke inhoudt dat een rechterlijke machtiging tot opneming en verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis terstond van kracht wordt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fb22cd0889874e720cc0c350eac6f418a915e6e7229a5d510424e0018461dcf8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fb22cd0889874e720cc0c350eac6f418a915e6e7229a5d510424e0018461dcf8, en de alinea staat in dat document op bytes 21286 tot 22091.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fb22cd0889874e720cc0c350eac6f418a915e6e7229a5d510424e0018461dcf8 | shasum -a 256