Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2007

Alinea 43 Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA3535.

2.19. Onder vigeur van de Krankzinnigenwet heeft zich jurisprudentie ontwikkeld over gevallen waarin de burgemeester te laat aan de officier van justitie kennis had gegeven van de last tot inbewaringstelling of waarin de officier te laat zijn vordering instelde(23). De Hoge Raad was van oordeel dat deze termijnoverschrijding niet tot gevolg had dat geen rechterlijke machtiging meer kon worden verleend. Dit betekende niet dat een termijnoverschrijding geen enkele consequentie meer zou hebben: het is volgens de Hoge Raad een omstandigheid die de rechter in aanmerking kan nemen, bijvoorbeeld door bij het bepalen van de termijn van de voortzetting rekening te houden met de sedert de inbewaringstelling verstreken tijd of, indien de omvang van de termijnoverschrijding daartoe aanleiding geeft, de vordering af te wijzen. Deze jurisprudentie paste in de systematiek van de Krankzinnigenwet: zolang de rechter niet had beslist over de opvolgende machtiging, bleef de patiënt onvrijwillig opgenomen in het psychiatrisch ziekenhuis(24).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fb22cd0889874e720cc0c350eac6f418a915e6e7229a5d510424e0018461dcf8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fb22cd0889874e720cc0c350eac6f418a915e6e7229a5d510424e0018461dcf8, en de alinea staat in dat document op bytes 23849 tot 24900.