Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2007
Alinea 45 Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA3535.
2.21. Kort na de inwerkingtreding van de Wet Bopz diende zich een geval aan, waarbij de officier van justitie eerst na het verstrijken van de geldigheidsduur van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling een opvolgende machtiging, te weten een voorlopige machtiging, had gevorderd (HR 10 augustus 1994, NJ 1995, 123 m.nt. JdB). De patiënt was na het verstrijken van de geldigheidsduur van de machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling feitelijk in het psychiatrisch ziekenhuis gebleven. De Hoge Raad nam - in overeenstemming met de "tenzij"-clausule in art. 48, lid 1 onder b, Wet Bopz - aan dat de patiënt na het verstrijken van de geldigheidsduur in het ziekenhuis was gebleven op basis van een vrijwillig verblijf(26). De Boer stelde in zijn noot de vraag aan de orde, hoe het dan zit met een voorlopige machtiging waarvan de geldigheidsduur is verstreken: kan de officier van justitie in zo'n geval met vrucht een machtiging tot voortgezet verblijf vorderen of wordt de patiënt in dat geval geacht vrijwillig in het ziekenhuis te verblijven en moet de officier van justitie opnieuw beginnen met een voorlopige machtiging?(27)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fb22cd0889874e720cc0c350eac6f418a915e6e7229a5d510424e0018461dcf8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fb22cd0889874e720cc0c350eac6f418a915e6e7229a5d510424e0018461dcf8, en de alinea staat in dat document op bytes 26338 tot 27510.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fb22cd0889874e720cc0c350eac6f418a915e6e7229a5d510424e0018461dcf8 | shasum -a 256