Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2007
Alinea 46 Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA3535.
2.22. Vervolgens dienden zich enkele atypische gevallen aan, waarmee de Bopz-wetgever geen rekening had gehouden, te weten gevallen waarin (tijdig) een machtiging was verleend, doch de beschikking van de rechtbank in cassatie was vernietigd. Een nieuwe beslissing na vernietiging en verwijzing kon vanzelfsprekend niet meer worden genomen binnen een termijn van drie of vier weken na het instellen van de inleidende vordering. De Hoge Raad achtte dit geen beletsel voor ontvankelijkheid van de officier van justitie(28).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fb22cd0889874e720cc0c350eac6f418a915e6e7229a5d510424e0018461dcf8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fb22cd0889874e720cc0c350eac6f418a915e6e7229a5d510424e0018461dcf8, en de alinea staat in dat document op bytes 27530 tot 28063.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fb22cd0889874e720cc0c350eac6f418a915e6e7229a5d510424e0018461dcf8 | shasum -a 256