Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2007

Alinea 53 Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA3535.

2.26. In de parlementaire geschiedenis is bewust geen sanctie gesteld op het te vroeg (eerder dan in de zesde week vóór het einde van de geldigheidsduur van de lopende machtiging) of te laat (later dan in de vijfde week; zie art. 17 lid 1 Wet Bopz) indienen van het verzoek tot verlening van een machtiging tot voortgezet verblijf. Dit neemt m.i. niet weg, dat de wetgever het rechtsgevolg van art. 48, lid 1 onder b, Wet Bopz heeft verbonden aan de situatie waarin de geldigheidsduur van de lopende machtiging verstrijkt zonder dat de officier van justitie een opvolgende machtiging heeft verzocht, respectievelijk aan de situatie waarin de rechtbank de wettelijke beslistermijn heeft overschreden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fb22cd0889874e720cc0c350eac6f418a915e6e7229a5d510424e0018461dcf8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fb22cd0889874e720cc0c350eac6f418a915e6e7229a5d510424e0018461dcf8, en de alinea staat in dat document op bytes 32049 tot 32764.