Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2007

Alinea 54 Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA3535.

2.27. Wat betekent het voorgaande voor het huidige cassatiemiddel? Veronderstellenderwijs met de steller van het middel ervan uitgaande, dat de officier van justitie in strijd met art. 31 lid 2 Wet Bopz een dag te laat was met het indienen van het verzoek tot het verlenen van een voorlopige machtiging, mag worden verondersteld dat de geneesheer-directeur toepassing heeft gegeven aan art. 48, lid 1 onder b, Wet Bopz. Dit houdt in dat de geneesheer-directeur op 2 januari 2007 aan betrokkene ontslag uit het ziekenhuis heeft verleend tenzij voortzetting van het verblijf als vrijwillig patiënt gewenst is en betrokkene blijk heeft gegeven van de nodige bereidheid daartoe. Nu betrokkene ten tijde van de beslissing van de rechtbank feitelijk in het psychiatrisch ziekenhuis verbleef, verblijft hij daar op vrijwillige basis - zoals ook het middel veronderstelt. Een noodzaak om de maximale geldigheidsduur te beperken, vanwege dagen waarop een patiënt vrijwillig in het ziekenhuis opgenomen is geweest zoals het middel bepleit, zie ik niet. De bestreden machtiging kon daarom worden verleend voor de volle duur van zes maanden na haar dagtekening.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fb22cd0889874e720cc0c350eac6f418a915e6e7229a5d510424e0018461dcf8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fb22cd0889874e720cc0c350eac6f418a915e6e7229a5d510424e0018461dcf8, en de alinea staat in dat document op bytes 32784 tot 33948.