Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2007

Alinea 55 Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA3535.

2.28. Uiterst subsidiair: indien (rov. 3.4 van) HR 19 januari 1996, NJ 1996, 604, in deze zaak overeenkomstig wordt toegepast, zoals het middel bepleit, brengt dit m.i. mee dat de rechtbank de verzochte voorlopige machtiging niet mocht verlenen voor een periode die langer is dan ten hoogste zes maanden na de dag waarop de lopende machtiging (d.w.z. de machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling d.d. 12 december 2006) eindigde. Dit zou hoogstens kunnen resulteren in een voorlopige machtiging voor de duur van zes maanden min één dag; niet in een voorlopige machtiging voor de duur van zes maanden min veertien dagen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fb22cd0889874e720cc0c350eac6f418a915e6e7229a5d510424e0018461dcf8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fb22cd0889874e720cc0c350eac6f418a915e6e7229a5d510424e0018461dcf8, en de alinea staat in dat document op bytes 33968 tot 34613.