Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2007

Alinea 86 Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA3535.

27 Zie over die problematiek ook de conclusie van de A-G Asser voor HR 1 juli 1994, NJ 1994, 715 m.nt. JdB onder nr. 723 (h). Art. 17 lid 1 Wet Bopz bepaalt dat het verzoekschrift van de officier van justitie tot het verlenen van een machtiging tot voortgezet verblijf behoort te worden ingediend tijdens de zesde of vijfde week voor het einde van de geldigheidsduur van de lopende machtiging. Wordt deze regel nageleefd, dan heeft deze, samen met een beslistermijn voor de rechter van maximaal vier weken, tot gevolg dat kort vóór het einde van de geldigheidsduur van de lopende machtiging bekend is of een opvolgende machtiging wordt verleend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fb22cd0889874e720cc0c350eac6f418a915e6e7229a5d510424e0018461dcf8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fb22cd0889874e720cc0c350eac6f418a915e6e7229a5d510424e0018461dcf8, en de alinea staat in dat document op bytes 40551 tot 41212.